De woeste, wilde Harderwijkse zee


Spelend met de Harderwijkse golven
Keek ik om mij heen
Daar, heel alleen
Stond een moeder met haar armen om haar kindje heen
De moeder keek of ze in de Harderwijkse golven
Een schip zag verschijnen
Waarna ze huilend van blijdschap
Het schip tegemoet zal rennen

Het kindje had vast voor zijn vaders vertrek gevraagd:
“Vader, mag ik mee?”
En de vader had geantwoord:
“Nee mijn jongen, je bent nog veel te klein
voor de woeste, wilde Harderwijkse zee.”
Waarop het kindje had gezegd:
“Vader, komt u snel weer terug?”
En de vader: “Ja mijn jongen, vlug.”

Maar de woeste, wilde Harderwijkse zee
Dacht daar anders over
Nu stonden ze daar te wachten...

Ik droogde mijn lichaam af
Terwijl de moeder de tranen van verdriet
Bij haar en haar kindje droogde

Naomi Ramaker, 9 juni 2018

Voorgedragen bij van de kranslegging bij het herdenkingsmonument ‘Verdronken Vissers’ aan de Havendam