De vluchteling


Hij ziet zich gadegeslagen met de
argusogen van onverschilligheid.
Het afscheid dat hem het laatst had omarmd
jaagt hem nu langs niets ontziende paden.

De horizon vernauwt zich tot een schuw
en onzeker lot. Met elke stap loopt
hij verder van zijn waardigheid vandaan.
Eenzaamheid loopt gemeenzaam met hem mee.

Is hij bij voorbaat geïnterneerd in
angst net als zijn Belgische lotgenoot
vroeger, ook gemankeerd, buiten ons zicht?

Of huist er in ons de barmhartigheid,
waarin bad, bed en brood vanzelfsprekend
zijn en waar hij genoegzaam wordt onthaald?

Harderwijk, 13 december 2016,

Stadsgedicht ter gelegenheid van de komst van asielzoekers in Harderwijk met een verwijzing naar de aanwezigheid van het interneringskamp voor Belgische vluchtelingen tijdens de 1e wereldoorlog 1914 – 1918 in Harderwijk.

The refugee

He is watched with a mixture of
suspicion and indifference, haunted
by the warm embrace of his farewell
as he walks down these ruthless roads.

Ahead horizon that narrows to
a shy and an uncertain fate, every step
takes him farther away from his dignity.
Loneliness accompanies him on his path.

Has he been detained in advance, out of fear,
like his Belgian partners in misfortune in the past,
whose suffering was kept out of sight?

Or do we instead have a sense of humanity,
in which a bath, bed and bread is a given,
and where he is welcomed with open arms?

Harderwijk, 13 december 2016

City poem on the occasion of de arrival of refugees in Harderwijk with a reference to the presence of Belgian refugees in Harderwijk during World war I 1914 - 1918. English translation edited by Mariëtte Hummel.