Mijn stad


Op moderne plaveisels van de Markt
tekent het verleden zich voor mij uit.
Straten, stegen en stadspleinen sturen
mij door de kronieken van een vesting.

Telkens luidt de klok van de oude kerk
nieuwe ingebeelde prenten voor mij.
Ergens hoor ik spelende stemmen op
kleine kinderkoppen van de Vischmarkt.

Binnen statige stadsmuren blijven
de gekruide avondgeuren hangen
tot de late nacht en elke ochtend
ontwaakt de stad in haar verborgen aard:

zij staat op als een vissersvrouw, echter
haar zonen zijn geen vissermannen meer.
En dat bewaarde verlangen prikkelt
de geest in onze idylle van nu. 

Als vanouds worden gasten ontvangen
en hun verhalen, jong en oud, komen
later afgestoft op het toneel, waar
ik slechts een voetnoot en een passant ben.

Harderwijk, 28 januari 2016

Stadsgedicht ter gelegenheid van mijn installatie als Stadsdichter van Harderwijk.